chateau de benauge, arbis

In de jaren '80 (van de vorige eeuw) heb ik veel tijd in Frankrijk doorgebracht. Er waren jaren bij dat ik meer daar zat dan in Nederland, voornamelijk in de Gironde, meer precies in de omgeving van Cadillac en Langon ( ± 50 km ten oosten van Bordeaux). Zeg maar de Entre-deux-mers regio. Hoe dat gekomen is is ook weer een verhaal apart, dat is wel weer eens iets voor een volgende aflevering van m'n 'mémoires'....
Ik rommelde wat in wijngaarden, maakte wel 's een muurschildering, en had op een gegeven moment een soort décor gemaakt achter de bar bij het bluesfestival in Cadillac.
Naar aanleiding daarvan kwam op een zondagmiddag een journalist van het regionale katern van de Sud-Ouest op bezoek.
Ik maakte op zondag vaak pannekoeken, niet van die franse crèpes maar van die vullende joepers met melk en eieren, stukjes appel en rozijnen en dat dan rijkelijk besproeid met anéole. Dat is eau de vie gestookt van de schillen en de resten uit de chai (de wijnmakerij), wat dan iets van 70º alcohol bevatte. Dat werd even in de brand gestoken, vooral niet te lang want dan had je er meer plezier van, en als je dan 3 pannekoeken op had dan had je 'm aardig zitten. Daar ging een zekere roep van uit en vaak was het gezellig druk op die middagen, dus of de journalist voor mij kwam of voor de pannekoeken dat weet ik niet.

Maar ik deed m'n verhaal en hij knikte wat en had reuze lol en na een paar uur droop hij weer af met 'n stuk in z'n hoeven. Je kan dan evengoed zeggen dat je niks gedronken hebt zonder te liegen, al zal er ook nog wel wat van de vrijwel altijd aanwezige wijn bij genuttigd zijn. als dat op was ging je naar één van de buren met een lege jerrycan en voor een paar frankjes de liter werd die weer bijgevuld.
Een paar weken later trof ik de journalist aan in een café in Cadillac, het zal marktdag geweest zijn of l'heure de l'ápéro of wat voor reden om in een café te zijn dan ook, en hij vertelde me dat hij het verhaal een beetje kwijt was, hij wist niet zeker of hij uit de wazige flarden die hem nog bijstonden een kloppend geheel kon destilleren. Maakt niet uit zei ik, we hebben een leuke middag gehad, en misschien moet het net als goede wijn eerst een tijdje rusten om tot volle rijping te komen. In die omgeving kom je gauw tot zulke metaforen want dat is nou eenmaal waar de streek van leeft...

Er gingen maanden voorbij, misschien wel een half jaar, het zal komkommertijd geweest zijn of de wijn was tot rijping gekomen, ik stond in de krant. Met een beetje warrig verhaal vol bloemrijke taal, maar toch in grote lijnen best wel correct.
Ik zal proberen één en ander te vertalen en uit te leggen, en daarmee gelijk een deel van m'n verdere avonturen te vertellen.

Maar wat dat 'Pit' betreft, hij heeft m'n naam alleen gehoord en niet geschreven gezien, dus dat heeft ie fonetisch weergegeven zoals ze dat in Frankrijk zouden doen. Dus Pit ipv Piet. Als je 'Piet' daar opleest komt er iets van Pi-jet uit. En die h achter 'Smit' zal wel komen door de engelse invloed(?)
Ik vond dat wel stoer, dat 'pit', dus dat heb ik er ingehouden, als artiestennaam zeg maar.

Hieronder de tekst, klik hier voor een vergroting van het hele stuk.

Bovenaan staat: Schilderkunst/Pit Smit, buiten alle modes. -Dus niet 'uit de mode', maar 'bij geen enkele stroming behorend', daar hecht ik wel aan dat te vermelden.-
De hollandse artiest PS is erg geïnspireerd door het maritieme universum. Portret van een regelmatige bezoeker van de regio. -Omdat er een stukje niet op het kopietje staat weet ik niet of er 'habitué' of 'habitant' (bewoner) staat, maar vanwege latere tekst denk ik dat 't habitué was...-

Dan gooit ie gelijk al z'n literaire registers open:
Al op hele jonge leeftijd krabbelde PS op de muren van het huis van z'n ouders. Deze werken, op dat moment miskend, brachten hem meer standjes dan werkelijke aanmoedigingen op, ijs en weder dienende (-tegen wind en golven-) houdt onze Hollander het lange jaren vol z'n schriften, z'n fiets, de deur van z'n kamer met kleuren en plaatjes te bedekken, en schrik niet, z'n eerste doek. De erkenning staat nog niet meteen op z'n deur te kloppen (let wel, de verf is nog nat), zelfs als hij meerdere keren in Amsterdam exposeert in de marge van meer officiële schilders die in deze autodidact niet een volledig artiest herkennen. Daarom gebruikt PS z'n talenten op andere terreinen zoals de reclame, of belettert auto's.
-beetje kort door de bocht vertaald, maar hier was die jongen toch een beetje 't verhaaltje kwijt, daar ga ik zometeen verder op in-

Als je hem vraagt bij welke stroming z'n schilderkunst hoort noemt hij zich 'irrealist'.
"M'n stijl is simpelweg 'pits'"antwoordt hij. Resoluut wars van alle modes en stromingen, maakt P zich niet druk om beroemdheid. "Om met schilderen erkend te worden moet je dood zijn" verduidelijkt hij voor er aan toe te voegen: "Dat komt mooi uit want ik ben bezig dood te gaan."
-Kan ook niet kloppen, dat over dode kunstenaars dat vind ik zo'n (achterhaald) cliché, dat zal ik nooit gezegd hebben. Hij zal wel zoiets gezegd hebben waarna ik dat over doodgaan daar aan toegevoegd heb, dat lijkt me wel weer zo'n kreet voor mij, we zijn per slot allemaal vanaf de geboorte bezig dood te gaan...-

Op z'n minst een opmerkelijke verschijning, is PS op het moment (-toen dus-) 30 jaar. Z'n lange gestalte is geregeld in onze streek waar te nemen, rondstappend op z'n klompen die niet nalaten hem als een aparteling te catalogiseren.

Op het 1e bluesfestival van Cadillac (-was het tweede, soit-) vertoonde hij een groot paneel, speciaal voor de gelegenheid gemaakt. Onder de ingrediënten die de compositie van het tableau vormden, vond men geplakte peuken, papieren borden en ook... een beetje verf.

PS werkt ook op bestelling. In staat ook veel meer conventioneel werk te maken, kan men altijd proberen dit nummer te bellen enz.

Al kloppen sommige dingen niet, ik vind 't nog altijd een vermakelijk stuk. En ze kunnen beter over je fiets lullen dan over je lul fietsen zal ik maar zeggen.

Ik zal nog even uitleggen waar z'n stukje ontspoorde en proberen dat 'te duiden'.
Tweede deel 1e allinea: Ik heb nooit geëxposeerd in A'dam. Ik heb wel een tijdje een 'pied à terre' gehad in de Spaarndammerbuurt in een gebouw met ± 25 ateliers, en ik maakte dan wel 's reclamewerk, een bordje voor bij de ingang van het pand etc.. Dat werd wel gewaardeerd, maar er waren van die snobs die daar vreselijk denigrerend over konden doen. Niet dat ze het niet mooi vonden of niet functioneel, ze vonden gewoon alles wat met reclame etc. te maken had ver beneden hun stand. Ik heb dat allemaal aan die fransoos uit proberen te leggen, wat al niet mee viel omdat dat verschil tussen 'hoge' en 'lage' kunsten in Frankrijk lang niet zo groot is als hier, in ieder geval in die tijd. Of het loopt er veel meer door elkaar heen, net als in Italië wordt design hogelijk gewaardeerd, BéDé (stripverhalen) idem dito. In Nederland is dat sinds die tijd wel veranderd ten goede, maar er is nog altijd zo'n zelfverklaarde elite die alles buiten hun terrein als minderwaardig afdoen

Zal ook wel een beetje m'n persoonlijke rancune zijn, omdat ik dat verschil niet zo zie ben ik ook een beetje buiten de boot gevallen. Er werd me ooit aangeraden toelatingsexamen op een kunstacademie te doen, in die tijd moest je van te voren aangeven in welke richting je wou gaan, en dan werd er een verschil gemaakt tussen 'vrije' en 'gebonden' grafiek. Het ene jaar deed ik een poging in de 'vrije' richting, en werd me aangeraden het meer in de 'gebonden' richting te zoeken, het jaar daarop ging dat precies andersom....
Nou ben ik ook niet vrij van snobisme, ik wou per sé naar de Rietveld of anders naar Arnhem, wat toen ook een bepaalde naam had, en anders maar niet. Op andere scholen had je veel meer kans (bij de Rietveld was dat nog geen 10%), maar Pietje was te eigenwijs... Maar m'n eigengereidheid had me op zo'n school waarschijnlijk toch dwars gezeten, ik schilderde 'verhalend', vaak figuratief, en dat was toen zowat taboe. Een doek moest niks voorstellen maar wel weer 'spanningsvelden oproepen' en vooral een verhaal hebben. Al stond er niks op, als er 4 A4tjes verklarende tekst bijzaten dan moest het wel wat zijn.... Als je niet wist wat je van zo'n vlek moest zeggen en de schepper keek je verwachtingsvol aan in afwachting van een paar lovende woorden en je mompelde iets over dat je het wel 'decoratief' vond omdat je het anders echt niet wist dan brak de pleuris uit. Decoratief was een vies woord. Ik had me in dat milieu waarschijnlijk slecht kunnen handhaven. Ik zal wel wat missen, maar als je op zo'n tentoonstelling komt met allerlei 'installaties' en vage dingen, en er staat een beeldschermpje met onscherpe amorfe dingen die veranderen als er iemand langs een webcam loopt, waar dan weer een mega-verhaal over interactie, spanningsvelden, onderbewuste archetypische beelden en meer van die wijsheid aan vast zit en er staat zo'n omhooggevallen zwabber bij die z'n Volvo Amazone of z'n Citroën DS weer heeft kunnen betalen omdat hij voor z'n schepping een paar duizend euries subsidie heeft gehad, dan denk ik van m'n buurjongetje van 12 die maakt de mooiste Flash-animaties, dat ding van jou was misschien wat in de tijd van de daguerotypes of zo... Nou wordt er vreselijk gesnoeid in de kunsten-subsidies, maar juist hele leuke dingen worden gebounced en dat soort wijsneuzen weet de heren en dames op het ministerie nog altijd te overtuigen van hun genialiteit.
Dat van die jochies van 12, of 6, of apen, werd trouwens ook gezegd over Cobra en dergelijke, terwijl dat zich door de jaren heen best wel bewezen heeft, dus het zal wel aan mij liggen...
Later mocht figuratief, verhalend, zelfs decoratief weer wel, maar je gaat op je 40e niet meer naar school... Hoewel ik in die tijd wel een (praktijk)opleiding DTP heb gedaan....
Ik wil niet zeggen dat ik voorliep op de ontwikkelingen, ik denk dat dat golfbewegingen zijn, dus voorlopen of achterlopen, ik loop gewoon niet synchroon (dehors les modes)

Deze en dergelijke dingen probeerde ik dus uit te leggen bij de pannekoeken, en dat is niet helemaal begrepen. Mwah.

henk fakkeldij nou zaten in dat genoemde atelier-gebouw in A'dam ook een heleboel hele aardige en lieve mensen, ik kan me nog buurman Henk Fakkeldij herinneren, ik dacht die komt er wel.
Nou zocht ik naar aanleiding van dit stukje eens op het web en kwam deze site tegen (under construction) en Henk F. is inderdaad aardig terechtgekomen. Hij geeft o.a. les op de Rietveld, naast andere disciplines ook in webdesign. Dat kan ik aan die site niet helemaal af zien, beetje jammer, maar zoals gezegd er wordt aan gewerkt.
Z'n schilderijen zijn in ieder geval zeer zeker 'verhalend', en wat ik me er van herinner waren ze dat toen ook al....

Dat gebouw in Amsterdam was een oud PTT-gebouw dat later afgebroken is in de Nova-Zemblastraat, vandaar dit 'Behouden Huys' schilderij wat ik daar toen nog gemaakt had. Dat was er één van een serie met verder de Vliegende Hollander, strandpiraten en zo nog wat.
Vandaar die journalist met z'n 'univers marin'. Bij dat stukje zie je op de foto ook een deel van 'het Behouden Huys'.

Zo weet ik alles weer aardig aan elkaar vast te kletsen...

klik hier voor een vergroting.

Zoals boven gezegd kreeg ik ooit een advies om te proberen op een kunstacademie te komen. Dat was de uitslag van een beroepskeuzetest van het arbeidsburo. Dat of op een school voor journalistiek. Achteraf gezien was dat best wel goed bekeken van die mensen, want dat zijn richtingen waarin adhd-achtige generalisten zoals ik zich kunnen handhaven.
Dat van die kunstacademie lukte niet, ook omdat ik zelf de lat te hoog legde, en voor een school van journalistiek miste ik m'n VWO-diploma, ik was met het eindexamen ermee genokt en zou later wel 's staatsexamen doen. Dat is er nooit van gekomen, dat zou ik nu nog moeten doen.
De vader van m'n toenmalige vriendin was stadsverslaggever bij de Tubantia in Enschede en die zou misschien wel wat voor me kunnen betekenen, maar ik moest altijd niks van kruiwagens hebben en had 't veel te hoog in m'n bol, dus ik zei dat ik geen zin had om de rest van m'n leven brandjes en winkelopeningen te verslaan. Mijn lieve god wat heb ik de man daarmee op z'n ziel getrapt, dat was immers wat hij z'n hele leven gedaan had. Daar heb ik wel spijt van, ik heb over weinig dingen berouw, je weet niet hoe 't gegaan was als ik een oplettender leventje had geleid, maar zulke dingen had ik toch graag anders gedaan.

Op de foto bij dat SudOuest artikeltje zit ik voor de deur bij Alain Poulain, waar ik vaak huisde. Behalve bij de zondagse pannekoeken was het vaker een zoete inval 'au cercle des cons sympas' (bij de sympathieke klootzakken). Bij het fotootje staat nog dat ik niet verzuimd had ook die deur te beschilderen.
Een paar jaar terug hadden we zomaar weer eens contact, en toen had ik wel weer erg zin om weer 's die kant op te gaan, maar na wat mailen en bellen zakte dat weer in en op een gegeven moment is dat ook weer over. Maar wat niet is kan nog komen.

De chaotische verzamelplaats van druivenplukkers, avonturiers, straatmuzikanten en ander ongeregeld is er nog steeds, zij het in een wat meer gestructureerde vorm, vrijwel wekelijks worden er huiskamerconcerten, voorstellingen, etentjes en allerlei andere culturele evenementen georganiseerd (eten is in Frankrijk ook een cultureel evenement), het heet nu 'le Zephyrin', dus als je ooit 's die kant op gaat, je kan zo aanschuiven en meegenieten van het aanbod...

le Zephyrin, le Tillac, St Martial 33


   
Meestal huisde ik echter bij Chateau de Benauge.
Nou noemt elke druivenboer z'n spul 'chateau' met eventueel een torentje aan de boerderij vastgeplakt, Benauge is een echt middeleeuws kasteel, uit de 14e eeuw als ik het goed heb, nog gebouwd door de Engelsen die daar toen de baas waren. Het is een echt koninklijk kasteel/burcht, sinds de Franse revolutie een ruïne waar binnen de muren later weer een nieuw landhuis is gebouwd. Vlak buiten de muren staat het poortgebouw met de stallen, en daar woonden (wonen?) Michel en Silvy, hun kroost, hun honden, paarden, geit, kippen etc. En er stond een caravan waar ik m'n hokkie had.

Maar na een paar weken moet je weer eens verkassen om het een beetje leuk te houden en dan trok ik weer bij Alain in etc.
Over Benauge en de geschiedenis ervan en over Cadillac, de relatie tussen Cadillac en Detroit (op die dikke auto's staat het stadswapen van het franse plaatsje), is veel meer te vertellen, dat komt vast nog wel 's in een volgende aflevering.
Ik moet me nu maar weer 's bezig houden met het heden....

Zo heb ik nou toch wel in een paar woorden uitgelegd waarom Piet zich 'Pit' noemt.....

callantsoog, maart 2009