| ||
|
In de jaren '80 was ik betrokken bij de bouw van de replica van het VOC-schip 'de Amsterdam'. In dezelfde tijd werd er bij Lelystad 'de Batavia' gebouwd, en over en weer hadden we veel aan te merken op elkaars bouwsels. De Batavia werd volgens de traditionele methode gebouwd, met massief eikenhouten spanten (vroeger liet men de bomen van jongs af aan krom groeien, zodat de vorm er al een beetje in zat), de Amsterdam werd met modernere technieken gebouwd, met gelamineerd hout, lagen verlijmde planken die langs een mal op elkaar geklemd werden. |
|
| De Bataven spraken spottend van een 'planken boot', en eigenlijk hadden wij Amsterdammers wel bewondering voor het andere project, maar zagen niet in wat je voor vakkennis opdeed door niet meer gebruikte technieken op te doen. Bovendien had de werf in Lelystad niet de beschikking over de enorme voorraden hout die vroeger voor de scheepsbouw voorhanden waren en die de tijd kregen om jarenlang uit te werken voordat ze gebruikt werden. Bij lamineren, zoals toegepast in Amsterdam, wordt de nerf van het hout in de lagen kruiselings op elkaar gelijmd, zodat het hout zichzelf 'in bedwang houdt', zelfs al is het relatief vers. Dus de Bataven kregen constant te kampen met krimpen en uitzetten, kieren die weer met allerlei kunst en vliegwerk moesten worden opgevuld, waarbij weer dingen toegepast werden die ook niet bepaald traditioneel genoemd kunnen worden, zoals syliconenkit. En dat gaf weer een hoop leedvermaak in het Amsterdamse kamp. |
|
|
Al waren de opvattingen verdeeld, over één ding waren we het eens. Ook ergens in die tijd werd er in Dokkum in een jaar tijd een replica in elkaar gestampt op een commerciële scheepswerf, om in Japan tentoongesteld te worden. Het ding was in onze ogen veel te protserig, en het ergste was dat het gewoon een ijzeren geraamte was met hout bekleed. De verhalen gingen zelfs dat al die tientallen beelden en kanonnen van plastic waren. Dat van die beelden dat klopt niet, en die kanonnen, dat weet ik eigenlijk niet. Het ging in Japan niet goed met het Hollandse openluchtmuseum, en de Prins Willim werd weer verkocht aan de firma Libema, die allerlei amusements-attracties exploiteert. In Den Helder zouden ze de voormalige rijkswerf wel even in de vaart der volkeren stoten, wat van begin af aan nooit erg van de grond wou komen, en waarbij allerlei schimmige transacties plaatsvonden waar menig lokaal bestuurder z'n neus aan gestoten heeft. |
||
| Afgelopen week is de Prins afgefakkeld, het ijzeren geraamte resteert nog. Er wordt gepraat over herstel of een andere oplossing. Nieuwbouw? - de PVV-minded Nieuwediepers zitten al weer spottend over geldverslindende potten te morren om de Antillianen van de straat te houden. Mocht dat zo zijn: so what? Zulke projecten hebben wel een paar prachtig gerestaureerde forten en stellingen opgeleverd, en vooral Fort Kijkduin is één van die weinige dingen in Den Helder die wel een enorme aantrekkingskracht hebben. De weinige touristen die de weg naar Den Helder weten te vinden komen heus niet voor een stelletje verzuurde ouwe ijzervreters... Nog zo'n zuurzeiker die ik in een Nieuwedieper webforum aantrof maakte er gewag van dat de schrijver eindelijk plezier had gehad van al die zuurverdiende belastingcentjes die in het project waren gestoken door het mooie brandje wat hij had mogen meemaken. Nou zullen alle intriges rond commissies en de schimmige spelletjes van Libema een hoop centjes op niks af gekost hebben, maar er is in ieder geval iets geprobeerd. Weet je wat Den Helder een hoop geld kost? Dat de gemeente constant onder de grens van 60.000 inwoners blijft steken waardoor ze net niet in aanmerking komen voor grotere rijkssubsidies voor infrastructuur, alle mogelijke stimuleringsmaatregelen enzovoort.
|
||